Capella Utrecht duikt voor haar 10e programma in de soms duistere muziek van Napolitaanse meesters zoals Gesualdo en Giovanni di Macque. Ook klinkt Illumina Nos uit de Tres cantiones sacrae van Gesualdo, een compositie die door Stravinsky werd voltooid. Daarnaast zingt Capella Utrecht devote en expressieve Florentijnse Laudi spirituali (14e – 16e eeuw).
Met medewerking van Saskia Coolen (fluit & viola da gamba) en Constance Allanic (viola da gamba & harp). Capella Utrecht o.l.v Hans Noijens.
Datum: 27 februari 2026
Aanvang: 20.15 uur
Locatie: Pieterskerk Utrecht
Carlo Gesualdo
Carlo Gesualdo was een buitenstaander en daar had hij lak aan… Al vroeg in zijn leven was hij eerder bekend als de moordenaar van zijn overspelige vrouw dan als musicus en componist. Toch was hij intensief bezig met muziek en bekommerde zich nauwelijks om zijn hertogdom en om zijn tweede vrouw. Hij trok zich graag terug op zijn kasteel in de buurt van Ferrara en omringde zich daar met de beste musici met wie hij zijn uitzonderlijke muziek kon uitvoeren.
Geen componist tot aan de 19e eeuw heeft zo chromatisch en zo vervreemdend geschreven als Gesualdo. Dat dat in madrigalen gebeurt is nog wel voorstelbaar: madrigalen vormden voor componisten dankbaar terrein voor experiment. Maar dat ook de geestelijke muziek kon profiteren van Gesualdo’s kleurrijke stijl, is bijzonder. Want, de rooms-katholieke kerk was niet zo gesteld op experiment en muzikale verrassingen…
Giovanni de Macque
Giovanni de Macque (1548/1550-1614) kwam uit de zuidelijke Nederlanden maar belandde via Wenen in Rome en Napels. Daar verkeerde hij een tijdlang in de muzikale hofhouding van Gesualdo en dat is duidelijk merkbaar in zijn muziek. Als er al een componist is die qua stijl in de buurt komt van Gesualdo, dan is het de Macque wel! Zijn madrigalen doen qua omgang met tekstexpressie en gebruik van chromatiek nauwelijks onder voor die van Gesualdo.
Francisco Soto de Langa
De 16e eeuws Laudi zijn een karakteristiek product van de contrareformatie waar de gezaghebbers van het Vaticaan toe aanzetten. Nadat Luther al bezig was geweest met het verduitsen van de geestelijke teksten, kon de katholieke kerk niet achterblijven en ontstonden geestelijke muziekstukken in het Italiaans.
Die Laudi hadden ook nog een heel andere functie, nl. die van verstrooiing ende vermaak. De kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders vonden dat hun geestelijken zich in de kloosters en kerken ook met elkaar bezig moesten houden met deze eenvoudige, strofische en vaak op al bestaande volkswijzen gebaseerde korte ensemblestukken. Francisco Soto de Langa, zanger van de pauselijke kapel, verzamelde en componeerde een indrukwekkende hoeveelheid laudi spirituali.
